Texte (from field presentation):
Dit graf bevond zich op de punt van een rotsuitloper, een natuurlijk verdedigingswerk, bewoond van het Neolithicum tot in de Oudheid.
In de prehistorische periode werd hier een jongvolwassene begraven, gewikkeld in een lijkwade van stof of van leer en vergezeld van giften: aardewerk, een lipsieraad van gepolijst been en een koperen dolklemmet.
De grafkuil met steenparement was verzegeld met een houten plank en bedekt door een grafheuvel. Door het inzakken van deze overdekking is de grafkamer gedempt waarbij het hertengewei werd meegesleurd.
Dit individuele graf onderscheidt zich van de monumentale gemeenschappelijk grafkelders (dolmens of hypogea) die de meest voorkomende grafvorm waren in het laat-neolithicum.